Zo maak ik een samenvatting
Volg de stappen van boven naar onder. Begin klein: eerst één alinea, dan een hele paragraaf.
Maak van de titel een vraag
Dan weet je waar je naar zoekt.
Titel: De Vikings. Vraag: wie waren de Vikings en wat deden ze?
Lees de tekst, alinea per alinea
Stop na elke alinea. Wat zegt deze alinea over mijn vraag?
Boek dicht: vertel het
Leg het uit aan iemand thuis, alsof je een filmpje maakt voor iemand die er niets van weet.
Schrijf het op in kernwoorden
Geen zinnen overschrijven. Per alinea een paar woorden of één korte zin. Boek nog altijd dicht.
Vikings: uit Scandinavië, sterke schepen, handel en plunderen.
Boek open: controleer
Wat vergat je? Schrijf het erbij in een andere kleur. Die kleur herhaal je de volgende keer eerst.
Twijfel je of iets erin moet?
Vraag je af: moet ik dit weten om mijn titelvraag te beantwoorden? Ja: erin. Nee: weglaten. Voorbeelden, verhaaltjes en extra weetjes mogen meestal weg.
Welke vorm per vak?
Wereldoriëntatie
Een mindmap of schema. De titelvraag in het midden.
Frans
Woordjes op kaartjes: Nederlands vooraan, Frans achteraan. Oefen ook eens omgekeerd.
Wiskunde
De regel in je eigen woorden, plus één voorbeeld dat je zelf verzint.
Taal
De regel in je eigen woorden, plus één eigen voorbeeldzin.
Werkt de knop niet? Druk af met Ctrl+P of Cmd+P. Zet in het afdrukvenster “achtergrondafbeeldingen” of “kleuren en afbeeldingen” aan, anders komt alles in het grijs uit de printer.